SCHETSEN

Het was een mooie zomer. Vaak naar het strand, met echtvriendin naar IJmuiden. Jullie huurden dan een ligbed dat jij, behangen met twee tassen, naar het einde van een stelconplatenpad sleepte dat daar zomers ligt om de strandgang te vergemakkelijken. Als echtvriendin ook zo ver was, sleepte je het ligbed verder het strand op terwijl zij op de stelconplaten wachtte tot je een plek had uitgezocht en haar zonder ballast kwam ophalen, want alleen over dat zachte zand lopen lukt haar niet zo goed meer.

Dat was iedere keer wel even een gedoe maar dan volgde de beloning. Echtvriendin ging liggen zonnen op het ligbed en jij op een handdoek op het zand. En alleen jij ging ook zwemmen. Echtvriendin wil alleen nog zwemmen in Griekenland, waar zij nooit meer naartoe gaat. Maar voor jou is zwemmen in zee al sinds je jeugd, ook als het water tamelijk koud is, een oergenot. Even doorkomen en dan de beloning. Zwemmend naar de einder in de lichtbaan van de zon, zo zou je ooit wel aan je einde willen komen. Maar waarschijnlijk zou je lichaam dan in zee of aangespoeld op het strand worden gevonden en dat wil je anderen en jezelf postuum niet aandoen. Vooralsnog ben je trouwens niet van plan er hoe dan ook een einde aan te maken. Maar het kan je natuurlijk overkomen.

Na dat zonnebaden en zwemmen op naar een terras van een van de strandpaviljoens voor een maaltijd met zeezicht. En tijdens de toch daar naartoe is het jullie al een paar maal gebeurd dat er hulp werd aangeboden. Op een keer, toen je met de tassen beladen het ligbed voortsleepte over het stelconpad en echtvriendin met haar stok achter je aan zeulde, zag je twee vrouwen telkens naar jullie omkijken, waarna een van de twee op een gegeven moment vroeg of ze misschien kon helpen. Dat sloeg je vriendelijk af, zei dat het wel ging, wat zo was.

Een andere keer bracht je echtvriendin naar het stelconpad toen de man van een ouder echtpaar dat op het strand zat je waarschuwde dat je jullie tassen niet moest vergeten. Je antwoordde dat je ze niet vergat maar dat je eerst je vrouw  naar het pad bracht. Beiden knikten begrijpend. Toen je daarna weer langs ze kwam om de tassen en het ligbed op te halen, zei je: ‘Wat een gedoe, hè.’ Ze lachten meelevend en de vrouw antwoordde: ‘Maar het gaat toch nog.’ Wat wel in goede aarde bij je viel.

 

Maar weer een andere keer kwam een zonnende jonge vrouw overeind om hulp aan te bieden. Ze vond dat we op de wereld waren om elkaar te helpen. Aardig natuurlijk, maar ondanks dat je haar verzekerde dat het niet nodig was, moest en zou zij je helpen. Ze ging met je mee om de tassen en het ligbed op te halen terwijl echtvriendin over het pad alvast vooruit liep.

 

Met het ligbed als een brancard voor tassen tussen jullie in volgden jullie haar naar het verzamelpunt van de verhuurder en daar bedankte je de jonge vrouw gepast. Waarschijnlijk had zij toen het voldane gevoel een goede daad te hebben verricht. Maar jou had ze met haar opgedrongen hulp het gevoel van vitaliteit ontnomen dat je door strand, zon en zee meestal ervaart. Dat medeleven en die aangeboden hulp wreef je onbarmhartig in dat jullie duidelijk overkomen als de oude mensen die jullie ook zijn: ach, kijk die zielige oudjes nu toch eens!

 

Maar goed, daarna toch een maaltijd en wijn op een zonnig terras met zeezicht. Wijn trouwens alleen voor jou, echtvriendin houdt het bij appelsap, kan door medicijngebruik geen alcohol meer velen, gaat daardoor tegen de vlakte.

 

Coos de Goede 2022

17. okt, 2022

8

Nieuwe reacties

07.11 | 15:53

Meesterlijk bedacht!