SCHETSEN



Met honderdduizenden om je heen,
maar toch zo verschrikkelijk alleen,
en van die honderdduizenden was ik er één.

Waardoor was ik in mijn dagelijkse gang
dan toch voortdurend voor iets bang,
bracht een vleermuis me je signalen in de nacht,
hoorde ik je stille roep door een bromvlieg overdag,
liet ik die als niet ontvangen ongehoord,
heb ik het te lang in ratio gesmoord?

Maar toen ik je dan toch eindelijk wel verstond,
hoorden we elkaar al voordat ik je vond,
en toen ik zag hoe hulpeloos je daar zo lag,
waren we met honderdduizenden om ons heen,
samen korte tijd verschrikkelijk alleen.


© Coos de Goede

16. sep, 2013

2

Nieuwe reacties

07.11 | 15:53

Meesterlijk bedacht!